Scherpere keuzes en meer ondersteuning nodig voor digitaal(thuis)werkers

“Werk thuis als dat kan”, is het devies van het kabinet al een paar weken. Terecht, natuurlijk, hoewel het niet voor alle beroepsgroepen mogelijk is, wat gelukkig ook wordt onderkend. Maar ‘thuis werken’ is in deze situatie niet wat het tot voor kort was, en hopelijk ook niet wat het op de middellange termijn zal zijn.

Mensen werken momenteel immers niet zomaar thuis. Ze werken, midden in een internationale pandemie, vanuit hun huis, vaak met partner en eventuele kinderen om zich heen, terwijl die laatsten ook begeleiding nodig hebben bij het (thuis)onderwijs. Dat is ongekend en ook onvergelijkbaar met werken-op-afstand zoals dat voor talloze werknemers en zzp’ers tot voor kort normaal was.

Welke technologie gebruik ik?

Gelukkig is er veel technologie beschikbaar om dat werken-op-afstand in deze uitzonderlijke situatie mogelijk te maken. Die technologie wordt ook massaal en vanuit verschillende richtingen in organisaties geïntroduceerd. Dit gebeurt met alle goede bedoelingen en gelukkig vaak ook met goede resultaten, waarvoor hulde, maar het zijn vaak slechts noodoplossingen.

Lang niet iedereen kan ook goed uit de voeten met al die nieuwe technologie. Informatie, communicatie en samenwerking raken namelijk nog meer versnipperd dan voorheen. Beeld maar in: moet ik die ene collega of opdrachtgever nu uitnodigen voor Microsoft Teams, Skype, Google Hangout of Zoom? Ook worden keuzes voor software niet altijd gemaakt met informatieveiligheid in het achterhoofd, getuige de populariteit van Zoom, dat zelfs door de Amerikaanse Justitie op de korrel wordt genomen.

Niet iedereen is even digitaal vaardig

Daar komt nog een aspect bij. Want enerzijds zijn er mensen die in deze situatie op hun bovengemiddelde digitale vaardigheden kunnen leunen: zij kiezen gemakkelijk tussen verschillende tools, kunnen jongleren met de uiteenlopende manieren van digitaal werken, en zullen voor de langere termijn heel waardevolle ervaring opdoen als het gaat om werken-op-afstand.

Maar er is ook een groep die deze vaardigheden nooit heeft geleerd en die, juist nu er verschillende oplossingen zonder al teveel toelichting of training ter beschikking worden gesteld, op achterstand driegen te raken. Deze groep is bovendien veruit de grootste van de twee. Uit recent onderzoek van het CBS bleek namelijk dat de helft van de Nederlanders niet over basis-digitale vaardigheden beschikt, en volgens de eigen definitie van het CBS is digitaal werken voor de andere helft ook verre van vanzelfsprekend.

Kloof tussen digitaal meer en minder vaardigen groeit

Nu was die kloof tussen digitaal meer en minder vaardige medewerkers er voor de coronacrisis natuurlijk ook al. Maar organisaties lopen het risico dat die kloof nu groter wordt. Voorlopig moeten mensen allicht roeien met de (digitale) riemen die ze hebben, maar hoe langer de periode van thuis werken, social distancing en andere maatregelen duurt, hoe moeilijker die kloof misschien overbrugbaar wordt voor de groep die digitaal minder vaardig is.

Daarom moeten organisaties, temidden van alle ad-hoc oplossingen die ze (moeten) bedenken, de blik ook richten op een duurzame manier van werken-op-afstand. Dit vraagt meer aandacht voor de context waarin mensen hun dagelijks werk doen en voor wat ze daar écht bij nodig hebben. Ook vereist het scherpere keuzes wat betreft de tools en systemen die je als organisatie wel en niet gebruikt. En er is voor het overgrote merendeel van de medewerkers extra ondersteuning en training nodig. Dan gaat het niet zozeer om ‘hoe werkt deze software’, maar meer over ‘hoe werk ik in deze situatie’.

Alleen zo kunnen zij zich deze (toch nog steeds nieuwe) manieren van digitaal (samen) werken eigen maken. Dat komt henzelf, hun werk- of opdrachtgever en uiteindelijk de economie en maatschappij ten goede.

Vragen of opmerkingen? We horen ze graag. Reageer op Twitter.